NOORD-NEDERLAND - De pootaardappelteelt krijgt de komende jaren te maken met een kleiner pakket aan gewasbeschermingsmiddelen. Door strengere regelgeving en herbeoordeling van werkzame stoffen verdwijnen middelen die jarenlang onderdeel waren van de teeltstrategie. Dat betekent: minder mogelijkheden om ziekten en plagen te beheersen en meer onzekerheid over kwaliteit en leveringszekerheid van pootgoed. Een inventarisatie van HLB onder telers in Groningen en Drenthe brengt in kaart waar de grootste risico's liggen.
Inventarisatie op initiatief van telers
In samenwerking met Rabobank, Agrifirm en een groep pootgoedtelers uit Groningen en Drenthe bracht HLB de belangrijkste risico's in kaart. In een inventarisatiefase sprak HLB met telers, handelshuizen, middelenleveranciers, onderzoekers en sectororganisaties. In de sector lopen daarnaast al verschillende initiatieven en concepten gericht op het beheersen van virusdruk en andere teeltrisico's. Deze bestaande kennis en praktijkervaringen zijn waar mogelijk meegenomen in de inventarisatie.
Projectleider Ilva van Dam: "We weten dat het middelenpakket kleiner wordt, maar wat betekent dat concreet voor de pootgoedteelt hier in het Noorden? Om dat scherp te krijgen zijn we met telers en andere betrokkenen in gesprek gegaan."
Virusoverdracht via luizen belangrijkste risico
Uit de gesprekken komt een duidelijke top drie van bedreigingen naar voren. Volgens de geïnterviewde telers vormt virusoverdracht via luizen (bladrol- en Y-virus) het grootste risico voor de komende jaren.
In de sector wordt verwacht dat een deel van de huidige insecticiden, waaronder pyrethroïden en PFAS-houdende middelen, richting 2028 uit het middelenpakket verdwijnt. In combinatie met zachtere winters neemt de virusdruk toe, terwijl de mogelijkheden om effectief in te grijpen kleiner worden.
Ook Phytophthora infestans wordt vaak genoemd als belangrijk aandachtspunt. De verwachte wegval van PFAS-houdende fungiciden verkleint de mogelijkheden om bij te sturen en kan het risico op resistentiedoorbraken vergroten. Daarnaast wijzen telers op Rhizoctonia en andere bodem- en knolgebonden ziekten, waarbij het wegvallen van knolbehandelingen extra risico's kan geven.
Basis voor vervolg 2026
De inventarisatie vormt de basis voor vervolgstappen in 2026. De kern van het project ligt in het verbinden van bestaande kennis, initiatieven en praktijkervaringen en daarnaast in het gezamenlijk verkennen van een toekomstbestendige teeltstrategie. Ook een gebiedsgerichte aanpak wordt verkend, omdat virusdruk en ziekterisico's zich niet beperken tot één bedrijf. Het doel is om te komen tot praktische handvatten en een beter handelingsperspectief voor telers, zodat zij onder veranderende omstandigheden keuzes kunnen blijven maken in hun teeltstrategie. Voor de verdere uitwerking en opschaling van deze aanpak worden momenteel aanvullende financieringsmogelijkheden verkend.
Achtergrond
Deze inventarisatie is tot stand gekomen dankzij de samenwerking tussen de telers, HLB, Rabobank en Agrifirm. HLB voerde de inventarisatie uit op initiatief van de telers, waarbij Agrifirm zijn expertise inbracht en Rabobank de inventarisatie financieel mogelijk maakte. Samen hebben de partners de inzichten van de telers in kaart gebracht en zo een basis gelegd voor vervolgstappen richting een toekomstbestendige teeltstrategie.

9.6 ℃


































