Meldkamer kan het beste inschatten of het slachtoffer toestemming zou hebben gegeven
De rechtbank stelt vast dat aan (de medewerkers van) Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland een geheimhoudingsplicht met daaraan gekoppeld een verschoningsrecht toekomt. De inschatting dat niet verondersteld kan worden dat Ruben, als hij nog in leven zou zijn, toestemming zou hebben gegeven voor het verstrekken van de 112-melding is in de eerste plaats voorbehouden aan de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland en kan slechts marginaal door de rechtbank worden getoetst. Deze inschatting komt de rechtbank niet kennelijk onredelijk voor, waardoor het verschoningsrecht niet kan worden doorbroken enkel vanwege het feit dat zowel verdachte als de nabestaanden van het slachtoffer toestemming hebben gegeven voor openbaarmaking van het 112-melding.
Geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden
De gevorderde bandopname heeft betrekking op de 112-melding op de dag dat het levenloze lichaam van Ruben is aangetroffen. Bij deze melding waren meerdere personen aanwezig die tegenover de politie verklaringen hebben afgelegd over de inhoud van die melding en zij kunnen hier ook nader over worden bevraagd. De rechtbank ziet, gelet op de informatie die al beschikbaar is, geen aanknopingspunten dat de bandopname van de 112-melding andere, nieuwe of aanvullende informatie bevat die zodanig cruciaal is dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maken dat het verschoningsrecht moet worden doorbroken. Ook van andere zeer uitzonderlijke, zwaarwegende omstandigheden die zouden maken dat het verschoningsrecht zou moeten worden doorbroken is niet gebleken. De rechtbank heeft het beklag daarom gegrond verklaard.

14.1 ℃




































