ASSEN - Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland heeft vandaag bij de Noordelijke Fraudekamer forse celstraffen geëist tegen drie mannen (28, 33 en 33 jaar oud, allen woonachtig in Assen) die worden verdacht van gewoonte-witwassen.


Tegen de hoofdverdachte (33) eist het Openbaar Ministerie 42 maanden cel. Ook vordert het Openbaar Ministerie van hem 2,2 miljoen euro crimineel verkregen winst terug die hij zou hebben verdiend met het opsturen van drugs in postpakketten naar Duitsland. Tegen de medeverdachten is 24 maanden en 6 maanden cel geëist.

De omzet van de handel in verdovende middelen van de hoofdverdachte is berekend op ruim tien miljoen euro, becijferd aan de hand van zijn eigen administratie die is aangetroffen in een van zijn telefoons. Na aftrek van inkoopkosten resteert een netto-opbrengst van 2,2 miljoen. Dit bedrag vordert het OM terug.

Geheime bergplaatsen
Het onderzoek Kinverji startte na onder meer een anonieme tip via Meld Misdaad Anoniem dat de hoofdverdachte ‘tientallen kilo’s’ drugs in postpakketten naar Duitsland zou sturen en ‘iedere zondag’ naar Duitsland zou rijden met handlangers in een Mercedes met een geheime bergplaats in de kofferbak voor het ophalen van ‘tonnen aan cash’.

Twee weken na die anonieme melding werd de woning doorzocht van de verdachte in het kader van de Wet Wapens en Munitie. Eerder was namelijk door de politie een vuurwapen gevonden met daarop zijn vingerafdrukken. Bij de doorzoeking werd 13.500 euro gevonden in een bankstel en documenten die mogelijk duidden op handel in cryptomunten en verdovende middelen.

Opnameapparatuur in auto’s verdachten
Na vier maanden onderzoek werden op 30 mei 2018 in Assen twee van de drie verdachten aangehouden in een Mercedes, waarmee ze terugkeerden van een autorit in Duitsland. In deze auto werd een verborgen ruimte aangetroffen met daarin 81.700 euro cash. Dat geld hadden de verdachten – zo blijkt uit de bewijsmiddelen – opgehaald in drie Duitse steden: Hannover, Berlijn en Hamburg.

De auto’s die de verdachten gebruikten voor hun ritten naar Duitsland om het geld op te halen waren tussen april en mei voorzien door de politie van verborgen opnameapparatuur. Daarop zijn ontmoetingen hoorbaar, telefoongesprekken die mogelijk drugsgerelateerd zijn, het geritsel van het tellen van geld en het mechanische geluid van de ontgrendeling en het weer sluiten van de verborgen ruimte.

Bij de aanhouding van de verdachten op 30 mei zijn ook mobiele telefoons in beslag genomen. Daarop ontdekte de recherche een complete ‘drugsadministratie’, met prijslijsten, adressenlijsten en track&trace codes van verzonden postpakketten met drugs.

Veroordelingen in Duitsland
Tijdens het onderzoek is door de recherche en het Openbaar Ministerie ook intensief samengewerkt met de Duitse politie en justitiële autoriteiten in Hannover en Hamburg.

Uiteindelijk heeft dat in Duitsland ook geleid tot diverse aanhoudingen en veroordelingen. In Duitsland zijn postpakketten met drugs onderschept door de Duitse politie. In Nederland is geen drugs gevonden.

Uit het politieonderzoek komt naar voren dat de drie Nederlandse verdachten deel uit maakten van een internationaal crimineel netwerk dat gedurende langere tijd (vanaf zeker 1 januari 2017 tot en met 30 mei 2018) verdovende middelen in postpakketten stuurde vanuit Nederland en Spanje naar een groot aantal adressen in Duitsland.

Afstandsbediening voor geheime bergruimte
Uit de opgevraagde track & trace code’s die in de drugs- en debiteurenadministratie zijn aangetroffen, blijkt dat er minimaal 313 pakketten vanuit Nederland zijn verstuurd. Ook zijn er diverse pakketten vanuit Spanje naar afnemers in Duitse steden gestuurd.

‘De verdachten haalden met grote regelmaat persoonlijk de opbrengst van de drugshandel in de vorm van contant geld op uit Duitsland, met gebruikmaking van de verborgen ruimtes in een tweetal Mercedessen, voorzien van Duitse kentekens”, aldus de officier van justitie bij de zitting vandaag bij de rechtbank in Assen. Die verborgen ruimten konden worden geopend met een vaste procedure en een afstandsbediening.

Tijdens de onderzoeksperiode heeft de recherche ruim 25 autoritten van de verdachten binnen Nederland en naar Duitsland waargenomen en nader onderzocht. De hoofdverdachte – tegen wie dus de ontnemingsvordering van twee miljoen euro loopt – heeft zich tijdens het onderzoek altijd beroepen op het zwijgrecht.